De Hongaarse regering komt ernstig geld tekort. Dat kun je op twee manieren oplossen: door minder uit te geven, of door meer geld binnen te halen. Aan minder uitgeven doet deze regering liever niet. Dat maakt je niet populair bij de kiezer. Sterker nog, af en toe wordt er zelfs meer geld uitgegeven. Afgelopen week werd bijvoorbeeld besloten dat vrouwen in toekomst na veertig jaar werken met pensioen kunnen. De jaren die ze niet gewerkt hebben, omdat ze kinderen moesten verzorgen, tellen daarin mee.
Heel wat vrouwen kunnen in toekomst dus voor hun zestigste met pensioen. Zo was het onder het socialisme ook, maar in een land dat geld tekort komt en bovendien snel aan het vergrijzen is, misschien niet het beste idee. De vorige regering wilde de pensioengerechtigde leeftijd dan ook langzaam optrekken naar 65 jaar. Niet populair, maar iemand moet dat pensioen betalen.
Waar haal je dat geld vandaan? Van de rijken, natuurlijk! Dat klinkt goed naar de Fidesz-aanhang, die heel gevoelig is voor argumenten tegen de multinationals die het land leegroven.
De eerste maatregel was een extra crisisbelasting voor banken, gevolgd door (vooral buitenlandse) grootwinkelbedrijven, energiebedrijven de telecommunicatiebedrijven. Dat klonk veel mensen als muziek in de oren. Dat al die bedrijven voor consumenten werken en zo'n belastingverhoging uiteindelijk doorberekenen in hun prijzen, ontgaat velen blijkbaar.
Een tweede bron van inkomsten bleken de gouden handdrukken die ambtenaren.........
KLIK HIER om het hele artikel te lezen !!!











