‘De Waarheid kapot, Felix op slot.’ Onder het roepen van deze leuze werd op 4 november 1956 het Amsterdamse hoofdkwartier van de CPN door opgewonden betogers belaagd en vernield. De volkswoede – een reactie op de inval van sovjettroepen in Hongarije eerder die ochtend – deed de Koude Oorlog even hevig woeden in het hart van de Amsterdamse binnenstad. Een verslag met onder meer Simon Carmiggelt, Hans Daudt, Ger Harmsen en Wim van ‘t Schip als ooggetuigen.
‘Dit is Boedapest’, klonk het zondagochtend 4 november 1956 iets voor achten in de huiskamer. Nederland schrok wakker. Het was de toon die ervoor zorgde dat men zijn adem inhield. De berichten van de afgelopen dagen hadden weinig goeds voorspeld. Na de eerste woorden besefte men dat er van de gebruikelijke bezinning weinig terecht zou komen op deze zondag, na een zesdaagse werkweek de enige dag dat men zich in alle rust kon verpozen.
Het was de bij zijn leven al legendarische Alfred van Sprang die roet in het eten gooide. Zijn verslag, doorgebeld vanuit het Dunahotel, zou het laatste zijn dat Nederland bereikte op deze druilerige ochtend. ‘Vanochtend voor het aanbreken van de dag’, zo begon Van Sprang op zijn kenmerkende, gedecideerde toon, ‘is de Hongaarse hoofdstad opgeschrikt door het gedaver van tankkanonnen. Korte tijd later werd een mededeling namens de minister-president voorgelezen over Radio Boedapest waarin meegedeeld werd dat Russische troepen de hoofdstad waren binnengetrokken. Deze mededeling werd in vele talen herhaald, gevolgd door het prachtige, indrukwekkende volkslied.’ Van Sprangs stem zinderde nog na. Zijn woorden hadden een enorme indruk gemaakt.
Met open mond keek men naar..........
KLIK HIER om het hele artikel te lezen !!!











